TOP 5 wijzigingen Prinsjesdag 2018

18 september 2018

TOP 5 wijzigingen Prinsjesdag 2018

Het Kabinet Rutte III heeft haar eerste begroting ingediend met daarbij het belastingplan 2019.

Veel discussie is al gevoerd over de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting en wie dat moet betalen. Het lijkt erop dat veel op de schouders van het MKB komt te liggen.

Hieronder vindt u de belangrijkste wijzigingen.

 

  1. Verlaging tarief vennootschapsbelasting

Het is de bedoeling dat de tarieven in de vennootschapsbelasting van 20% (over de eerste € 200.000) en 25% over het meerdere verlaagd worden, maar wel verspreid over een aantal jaren.

Jaar Over de eerste € 200.000    Over de winst boven € 200.000
2018 20%    25%
2019 19%    24,30%
2020 17,5%    23,9%
2021 16%    22,25%

Het kan dus voordelig zijn om kosten naar voren te halen en om winst fiscaal zoveel mogelijk uit te stellen.

  1. Verhoging tarief box 2

De verlaging van de het tarief vennootschapsbelasting is voor het MKB eigenlijk een sigaar uit eigen doos. Gelijktijdig met deze verlaging wordt namelijk het tarief van box 2 verhoogd. Dat is de inkomstenbelasting die onder meer betaald moet worden als de aandelen in een B.V. verkocht worden of door een erfenis verkregen worden. Het tarief is nu nog 25%.

Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 26,25 procent in 2020 en 26,9 procent in 2021.

Jaar Tarief box 2
2018 25%
2019 25%
2020 26,25%
2021 26,9%

 

Mocht dit doorgaan dan is een dividenduitkering in 2018 of 2019 veel goedkoper dan in 2020 of erna. Bij een dividend van bijvoorbeeld € 100.000 euro is de besparing ten opzichte van 2021 € 1.900,-. Dit maakt het echter niet per definitie aantrekkelijk om in 2018 of 2019 daadwerkelijk dividend uit te keren. Belangrijk is bijvoorbeeld ook welk rendement u haalt op het vermogen in uw B.V. (en welk rendement u dus gaat missen op het betaalde bedrag aan box 2-belasting!).

Overweegt u toch om in 2018 of 2019 een dividenduitkering te doen, zorg er dan in elk geval voor dat u de komende tijd de liquiditeit achter de hand hebt om de dividendbelasting (15%) en de box 2-belasting (per saldo 10% extra) te kunnen betalen.

  1. Beperking afschrijving op bedrijfsmatig gebruikt vastgoed

Onder de huidige wetgeving kunnen B.V.’s in principe onroerende zaken tot maximaal 50% van de WOZ-waarde fiscaal afschrijven als zij deze zaken gebruiken voor hun ondernemingen. Beleggingspanden zijn af te schrijven totdat de boekwaarde gelijk is aan 100% van de WOZ-waarde. Het kabinet wil dit onderscheid opheffen door de afschrijvingsgrens van alle gebouwen te stellen op 100% van de WOZ-waarde. Hierdoor wordt de afschrijving op gebouwen per 1 januari 2019 dus drastisch beperkt.

De beperking geldt alleen voor ondernemers die een BV hebben.

  1. Invoering nieuwe tariefstructuur inkomstenbelasting en versobering van aftrekposten

De huidige vier schijven worden teruggebracht naar twee schijven. Voor AOW-ers drie. De aanpassing zal geleidelijk plaatsvinden. Uiteindelijk is het de bedoeling om in 2021 bij een inkomen tot € 68.507 een basistarief van 37,05% te hanteren en daarboven 49,5%.

Verschillende aftrekposten, waaronder de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling maar ook de aftrek van alimentatie en giften, zullen per 1 januari 2020 worden versoberd. Deze versobering bestaat uit een verlaging van het toptarief waartegen de aftrek mogelijk is. Dit proces vindt geleidelijk aan plaats, maar uiteindelijk zullen de aftrekposten maar aftrekbaar zijn tegen het basistarief van 37,05%.

  1. Verhoging van het verlaagde BTW-tarief

Het kabinet wil per 1 januari 2019 het verlaagde btw-tarief verhogen van 6% naar 9%. Met deze extra opbrengst hoopt de regering een verlaging van de belasting op arbeid te financieren.

Let op! De voorstellen moeten nog worden geaccordeerd door de Tweede en Eerste Kamer en kunnen dus nog wijzigen.

 

Artikel geschreven door: Bart Sikkema, senior belastingadviseur

Terug naar overzicht